LF reconstructie en kwaliteitsbewaking
Het Fietsplatform ontwikkelt en beheert de landelijke hoofdroutestructuur voor de recreatieve fietser. In 1987 werd de eerste Landelijke Fietsroute (LF-route) van bewegwijzering voorzien: de LF1 Noordzeeroute. In de jaren daarna breidde het netwerk steeds uit. In 2008 werden de LF21, de LF22 en de LF23 die samen de Zuiderzeeroute vormen, als laatste aan de rij toegevoegd. De hoofdroutestructuur bestaat uit 4500 km LF-route, in twee richtingen bewegwijzerd. Het accent met betrekking tot de LF-activiteiten ligt nu vooral op kwaliteitsverbetering en –bewaking en op productontwikkeling en promotie.
Reconstructie LF-routes
Met de aanleg van het bewegwijzerde LF-netwerk is het werk van het Fietsplatform niet af. In een periode van tien jaar verandert het nodige aan de fietsinfrastructuur in Nederland. Deze veranderingen kunnen dusdanig zijn dat verbetering van een tracé mogelijk en wenselijk is. Een plattelandsweg die tien jaar geleden nog een rustige en aantrekkelijke fietsverbinding vormde, kan intussen een sluiproute voor auto's zijn geworden en daardoor niet meer geschikt als LF-route. Ook komt het regelmatig voor dat geheel nieuwe wijken de route doorkruisen.
Om de kwaliteit van de routes te behouden wordt iedere route na een periode van tien jaar opnieuw onder de loep genomen. Het tracé wordt zowel op kaart als in het veld bestudeerd, op zoek naar verbetermogelijkheden. De gemeenten, recreatieschappen en provincies waar de route doorheen voert, worden bij deze tracéstudie betrokken. Zij kunnen voorstellen doen voor routeverbeteringen. Bij het maken van routevoorstellen en het beoordelen van verbetervoorstellen worden de LF-routecriteria gehanteerd.
Daarnaast vinden de komende jaren vele aanpassingen in het LF-netwerk plaats als gevolg van de afstemming met de knooppuntnetwerken. Het Fietsplatform streeft naar een situatie waarbij het Landelijke Fietsroutenetwerk en de regionale netwerken qua tracé volledig op elkaar zijn afgestemd. Dit betekent dat een LF-route in een knooppuntnetwerk altijd over een knooppunttracé voert.
Bij het uitzetten worden tien criteria gehanteerd.
Kwaliteitsbewaking
Ook in de jaren na de oplevering van een route, zet het Fietsplatform zich in voor kwaliteitsbehoud ervan. Dit onder meer door te reageren op (inrichtings)plannen en middels algemene belangenbehartiging. Verder reageert het Fietsplatform op kleine lokale ontwikkelingen die het gebruik van de LF-routes rechtstreeks raken. Daarbij kan gedacht worden aan obstakels als hekken en te krappe fietssluisjes, maar ook aan het afsluiten van fietspaden en fietsoversteken over water en spoor.
Infrastructurele kwaliteitsverbetering
Sinds 1 januari 2007 gaat het budget voor infrastructurele verbeteringen niet meer naar het Fietsplatform, maar naar de provincies. Wilt u in aanmerking komen voor een bijdrage voor infrastructurele verbeteringen van LF-routes, dan kunt u rechtstreeks contact opnemen met de betreffende provincie.
In 2009 is het volledige netwerk van LF-routes nagefietst door vrijwilligers van het Fietsplatform. Daarbij is gekeken op welke plaatsen de route niet aan de optimale kwaliteit voldoet. Wilt u een digitaal GIS-bestand van de knelpunten van uw provincie ontvangen, dan kunt u deze opvragen bij Myron ter Haar, projectleider LF-routes.


